Afspraak is afspraak. Pacta sunt servanda. Het was eeuwenlang het rotsvaste fundament onder ons verbintenissenrecht. Totdat de wetgever bedacht dat de online consument koste wat kost beschermd moet worden tegen zijn eigen impulsiviteit. Het herroepingsrecht was al een flinke deuk in dat beginsel, maar vroeg op z’n minst nog een actieve, bewuste handeling van de koper. Denk aan: product testen of passen, retourformulier invullen en de wandel maken naar het pakketpunt. Met de komst van de nieuwe Europese Richtlijn (EU) 2023/2673, in Nederland straks ingevoerd als artikel 6:230oa BW, gaat ook die laatste drempel voor de bijl. Webshops moeten straks verplicht een permanente ‘ontbindingsknop’ aanbieden. Het contractenrecht verandert daarmee definitief in juridische fastfood.
Wie een aankoop annuleert, verricht juridisch gezien een eenzijdige rechtshandeling. Je moet het willen en dat vervolgens verklaren (art. 3:33 BW). De gedachte achter de wettelijke bedenktijd was altijd dat je het product thuis in alle rust kon beoordelen. Een moment zelfreflectie, dus. De nieuwe knop degradeert die reflectie tot een reflex. In een mobiele app is een toevallige swipe al genoeg om een contract te verscheuren. Juridisch is zo’n klik zonder werkelijke intentie natuurlijk onzin, maar de winkelier moet op grond van de wet (art. 3:35 BW) wel vertrouwen op die geautomatiseerde melding en zijn logistiek direct stilleggen. Een hersteltermijn voor een per ongeluk ingedrukte knop? Of wat als die blouse bij daglicht toch veel mooier staat in de spiegel dan de nacht ervoor.. Daar heeft niemand in Den Haag of Brussel aan gedacht.
Tegelijkertijd zet het de deur wagenwijd open voor strategisch consumentengedrag. Denk hierbij aan trucjes als wardrobing (het kledingstuk even dragen voor een feestje en direct ‘herroepklikken‘) of het moedwillig gijzelen van de voorraden van een concurrent om die eens flink op de hak te nemen. De wetgever roept dan wel dat de winkelier bij misbruik een waardevermindering kan claimen, maar iedere mkb’er weet dat dit in de praktijk een volstrekt onhaalbare kaart is, meer hierover verder in deze bijdrage.
De Haagse rekenfictie is overigens een verhaal apart. In de Memorie van Toelichting worden de eenmalige implementatiekosten voor webwinkeliers op exact € 540,- geraamd. Waarop dat is gebaseerd? De aanname dat een ‘hoogopgeleide IT-medewerker’ dit wel even in tien uurtjes inbouwt tegen een uurtarief van € 54. Het getuigt van een blindheid voor de mkb-realiteit die bijna knap is. Kleine ondernemers hebben helemaal geen IT’ers en zijn afhankelijk van dichtgetimmerde platformen als Shopify of WordPress.
En dan hebben we het nog niet eens over de structurele financiële schade. Thuiswinkel.org berekent dat een retourzending de retailer gemiddeld € 12,50 kost. Evident is dat de overheid met deze knop het aantal retouren alleen maar verder aan aanjaagt. Big tech-spelers voelen hier vrij weinig van; de lokale webshop ziet zijn marges simpelweg verdampen.
Ook op bewijsrechtelijk vlak creëert de wetgever een rommeltje. Traditioneel is de regel helder: wie stelt (of in dit geval: annuleert), bewijst. Maar de annulering voltrekt zich hier uitsluitend op de website- of appserver van de verkoper. Wat als de techniek hapert en die klik nooit registreert? O wee als de website of app in onderhoud is of de server simpelweg niet meewerkt. Het uitblijven van de wettelijk verplichte ontvangstbevestiging creëert een digitaal, bewijsrechtelijk vacuüm. Het wachten is op de eerste rechtszaken waarin kantonrechters de redelijkheid en billijkheid van stal moeten halen en server-logs dienen te ontcijferen.
Tot overmaat van ramp strooit de wetgever ook nog met terminologische verwarring. De Europese richtlijn spreekt consequent over ‘herroepen’, maar de Nederlandse wetgever verplicht dat de knop de tekst “hier de overeenkomst ontbinden” draagt. Herroepen en ontbinden zijn twee fundamenteel verschillende juridische beestjes. Een ontbinding (art. 6:265 BW) is in ons rechtssysteem strak gekoppeld aan een tekortkoming in de nakoming en is in beginsel een zwaar juridisch middel. De ontbinding is ontstaan in het verbintenissenrecht, waarbij de verkoper in de meeste gevallen eerst ‘in gebreke’ moet worden gesteld en de kans moet krijgen om het gebrek te herstellen of een vervangend product te leveren. De termen ontbinden en herroepen verwarren; dat is voor een jurist zoiets als appels en peren niet alleen vergelijken, maar ze per wet hetzelfde noemen. Mocht een conflict over zo’n retourzending ooit escaleren tot de kantonrechter, dan moeten partijen opeens gaan ontwarren welke rechtshandeling er nu eigenlijk was beoogd. Heeft de consument ontbonden wegens wanprestatie, met alle bewijslast van dien, of was het toch een herroeping? Hoe het ook zij, de knop mag dan wel het label “hier de overeenkomst ontbinden” dragen, juridisch is het puur het faciliteren van de 14-dagen bedenktijd. Na twee weken zet de ondernemer deze functie uit, en moet de consument bij defecten of gebreken weer gewoon zelf een ouderwetse, met redenen omklede e-mail typen of in de telefoon klimmen.
Toch maar negeren dan? Dat is bedrijfseconomische zelfmoord. De Autoriteit Consument & Markt staat in de startblokken met een sanctie die er niet om liegt. Als uw website of app straks niet exact volgens de (voorlopig nog vage) regels is ingericht, wordt de wettelijke bedenktijd voor de consument automatisch verlengd van veertien dagen naar een jaar. Voor een ondernemer die seizoensartikelen of elektronica verkoopt, is dat geen boete meer, maar Russische roulette. In dat rampscenario heeft de consument dus feitelijk een jaar lang het recht om de overeenkomst grondeloos te ‘ontbinden’ zonder dat sprake dient te zijn van een tekortkoming. Nu zou je als nuchtere jurist of ondernemer denken: “Oké, hij mag het na een jaar terugsturen, maar het product is dan gebruikt. Ik mag dan toch een forse waardevermindering of afschrijving in rekening brengen?” Normaal gesproken wel. Als een consument binnen de reguliere 14 dagen méér doet dan noodzakelijk is om het product te beoordelen (bijvoorbeeld: de hardloopschoenen daadwerkelijk dragen in het bos, in plaats van alleen even passen in de woonkamer), mag de verkoper de waardevermindering verrekenen met de terugbetaling. Maar nu komt de klapper, vastgelegd in artikel 6:230s lid 3 BW:
“De consument is niet aansprakelijk voor waardevermindering (…) indien de handelaar heeft nagelaten de consument informatie te verstrekken over het recht van herroeping.”
Omdat de wetgever een ondeugdelijke webshop of het ontbreken van de knop blijkbaar gelijkstelt aan ‘het niet goed informeren’ van de consument, vervalt de aansprakelijkheid van de consument voor waardevermindering. De wetgever creëert hiermee feitelijk een recht op een ‘jaar lang gratis lenen‘ als straf voor een administratieve of technische fout van de ondernemer.
In de obsessieve drang om de consument te beschermen, dwingt de wetgever de kleine ondernemer in een keurslijf dat totaal geen rekening houdt met de schaal van het bedrijf. Extra wrang: het aanmoedigen van dit soort frictieloze retourstromen staat haaks op alle duurzaamheidsambities die datzelfde Europa predikt. Als we elke remmende prikkel in het koopproces weghalen, creëren we een perfect e-commerce-kerkhof waar straks alleen de giganten nog overleven.

