Een stralende zomerdag, een gezellig terras en een monumentaal pand. Het decor voor een perfecte middag, tot een toiletbezoek abrupt eindigt in een ambulancerit en een gebroken arm. Het overkwam een horecabezoekster in een prachtig oud postkantoor. Zij stelde het restaurant aansprakelijk: de hal was te donker en een afstapje van 11 centimeter vormde een gevaarlijke valstrik. Hoe zit het in zo’n situatie juridisch met de aansprakelijkheid in de horeca?
De Rechtbank Amsterdam deed onlangs een interessante uitspraak in dit deelgeschil (ECLI:NL:RBAMS:2026:5370). De centrale vraag: is een horeca-ondernemer juridisch verantwoordelijk voor elke struikelpartij in zijn pand, of bestaat er nog zoiets als ‘gewoon brute pech’?
Wanneer is er sprake van aansprakelijkheid in de horeca?
Wanneer een bezoeker letsel oploopt door de inrichting van een gebouw, kijken juristen al snel naar twee belangrijke grondslagen in het Burgerlijk Wetboek: artikel 6:174 BW (aansprakelijkheid voor een gebrekkige opstal) en artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad door gevaarzetting).
Om te bepalen of de ondernemer steken heeft laten vallen, hanteert de rechter de klassieke Kelderluik-criteria:
- Hoe waarschijnlijk is het dat een bezoeker onoplettend of onvoorzichtig is?
- Hoe groot is de kans dat hierdoor ongevallen ontstaan?
- Hoe ernstig kunnen de gevolgen van zo’n ongeval zijn?
- Hoe bezwaarlijk (duur of complex) is het om veiligheidsmaatregelen te treffen?
De letselschadeadvocaten van de vrouw eisten een volledige schadevergoeding. Hun argument? Het restaurant had met een simpele ledstrip, geel-zwart waarschuwingstape of een schuine helling de val moeten voorkomen.
Waarom de rechter de claim afwees
Hoewel de rechter erkent dat de vrouw ernstig letsel opliep, werd de horeca-ondernemer volledig vrijgesproken. De rechtbank baseerde het uitsluiten van de aansprakelijkheid van de horeca-zaak op drie doorslaggevende elementen:
1. De verwachting bij een historisch pand
Het restaurant is gevestigd in een overduidelijk historisch Rijksmonument uit 1911. De rechter stelde helder: in een oud pand mag en moet een bezoeker niveauverschillen verwachten. Van een gast mag in zo’n setting een grotere mate van oplettendheid worden gevraagd. Bovendien was de vrouw op de heenweg naar het toilet al over ditzelfde afstapje gelopen.
2. Visuele contrasten versus waarschuwingstape
De vrouw stelde dat het afstapje onzichtbaar was door een donkere hal. De rechter keek echter naar de materialen: het hoge gedeelte was van hout, het lagere van beton, gescheiden door een ijzeren strip. Door deze verschillende materialen was het hoogteverschil van 11 centimeter objectief gezien prima waarneembaar. Extra signaleertape was dan ook niet vereist.
3. De menukaart-afleiding
De spreekwoordelijke smoking gun in deze zaak bleek de eigen verklaring van het slachtoffer. Op de weg terug van het toilet vroeg zij een barmeisje om menukaarten. De medewerkster overhandigde deze in de hal. De vrouw nam de kaarten in ontvangst en deed tegelijkertijd een stap, waardoor ze viel.
Het oordeel van de rechter: De vrouw viel niet omdat het afstapje een verborgen gebrek was, maar omdat zij op dat exacte moment werd afgeleid door het aannemen van de menukaarten. Zelfs een waarschuwingsbord had deze val door onoplettendheid niet kunnen voorkomen.
De kosten van het deelgeschil
De rechter vatte de zaak treffend samen: de vrouw is ontzettend ongelukkig gevallen en heeft simpelweg veel pech gehad, maar het restaurant heeft geen wettelijke zorgplicht geschonden. Er is geen basis voor aansprakelijkheid van de horeca-gelegenheid.
Wat kunnen ondernemers hiervan leren?
Zorg dat niveauverschillen visueel goed te onderscheiden zijn door materiaal- of kleurgebruik. U hoeft uw pand niet vol te plakken met schreeuwerige stickers, zolang het risico voor een oplettende bezoeker maar logisch waarneembaar is.

